Skip to content

Communicatie via alle zintuigen

Door Klaas van der Veen 6 juli 2015

 

In een bezoekerscentrum of een stadhuis kun je meer middelen inzetten dan alleen tekst en beeld of kaarten. Objecten geven soms een beslissend inzicht, of zijn gewoon erg mooi. Dinosaurussen bijvoorbeeld, daarvan willen we zien hoe groot ze zijn. Een model van een gebouw werkt beter dan een tekening. Een filmpje over landbouw in 1900, hang het gereedschap er maar naast. Misschien ruikt zo’n ding wel naar teer of olie.

Echte dingen werken beter als je iets moet uitleggen.

De tweede reden is ernstig:

De bezoeker heeft wat beters te doen. Of zij is overheidscommunicatie-schuw.

Die bezoekers moeten ‘binnengehaald’ worden. Want u denkt wél dat hij of zij uw boodschap interessant zal vinden. Een beursstand, communicatie van een overheid in het gemeentehuis, het lijkt wel alsof de basisvorm altijd een variant op een pagina is, en de layout daarvan altijd een leesrichting en een volgorde heeft. (Ligt dat aan de ontwerpers en hun software?) En ook als je die pagina’s 3 meter hoog maakt en ze in een ruimte zet, zijn het nog steeds pagina’s. Dan help je de bezoeker aan een argument om je boodschap te ontwijken. Je krijgt weerstand.

“Getver, ik moet lezen.”

En mijn hemel, wat is die bezoeker wispelturig en snel afgeleid!

Als het onderwerp ruimtelijk is, bijvoorbeeld een nieuwe stadswijk, een fabriek of een dijk, waarom dan niet ook de oplossing ruimtelijk maken? Hoe meer zintuigen hoe beter, lijkt het. Ruimtelijk is échter dan plat, ruw is échter dan glad. Tastbaar. Het neemt ruimte in, ook gevoelsmatig. Groot is echter dan klein. Kleur, materiaal, licht, beweging, geluid. Zo hebben we een heel arsenaal aan middelen. Heb je eenmaal objecten, materialen, kleur en licht, dan kun je gaan spelen, en de bezoeker laten spelen.

Spelen is leuk.

Met het spelen, het ontdekken van visuele grapjes, het drukken op knoppen, komt het snappen en onthouden vanzelf mee. Boogschieten, water pompen, een tredmolen aandrijven, zelf een paard zadelen. Het resultaat heet een tentoonstelling of als er veel actie is, een ‘Experience’. Fenomenaal leuk om te bedenken, heel moeilijk om te begroten, te bouwen en te voorspellen wat de werking ervan is. Maar het kan ook simpel zijn: een echt zonnepaneel. Even in de stoel van die racewagen zitten, het vel van de bever voelen, een zandzak versjouwen.

Hieronder een paar voorbeelden van ruimtelijke ‘uitleg’ over stedelijke zaken. Deze projecten zijn natuurlijk met een heel team gemaakt, van schets tot bouw, onderhoud en het transport naar de volgende locatie.

Meer weten over de mogelijkheden? Stuur me een bericht of bel me even.

Foto Header: Irene Vijfvinkel

De Duurzame Stad 2040: om 5 visies van architecten te huisvesten bouwden we een ‘wolk’, want zou de toekomst niet verbeeld kunnen worden met een object dat niemand ooit gezien had? Binnenin de wolk zie je de toekomst, buitenop de huid van de wolk zie je de feiten. (Gebouwd voor Atelier Rijksbouwmeester; er hoort ook een boek bij dat ook door mij is vormgegeven) Foto: Irene Vijfvinkel

 Naar binnen turen door een spleetje.

 Voer voor discussie. Foto: Irene Vijfvinkel

De wolk reageert op bezoekers. Na binnentreden worden de vijf toekomstplannen 1 voor 1 verlicht en besproken door een vriendelijke, warme stem. Daar is wat electronica voor nodig.

 Zo zacht kun je een stad weergeven. Het tegenovergestelde van digitaal: hout. (Klimaat als Kans, voor projectbureau Ruimte en Klimaat)

 Het mooie aan fysieke dingen is dat mensen ze al praatstuk gaan gebruiken. Hier een topwetenschapper en een minister.

 De opstelling ‘Klimaat als Kans’: een rijtje schoolbanken waarin visuele en tactiele ‘geintjes’ verborgen zitten. Je moet een actie uitvoeren om je stad klimaatbestendig te maken.

 De oplossingen voor klimaatadaptatie kun je tevoorschijn trekken. Scrollen eigenlijk, maar dan letterlijk.

 Schetsvoorstellen. Het ‘huisje’ als herkenbaar en knus object waar je van alles mee kunt doen. (Voor Mileu-educatie centrum Nieuwegein)
NASCHRIFT februari 2018
Voor een bescheiden budget konden we tien houten frames bouwen die op steeds verschillende wijze werden ingericht of bekleed.
Helaas wilde de opdrachtgever persé digitale interactiviteit (dat was kennelijk beloofd aan iemand), en dus was het budget na 1 huisje op. Bezoekers konden daar kijken naar allerlei filmpjes. De bezoekers konden er dus doen wat ze thuis ook al konden: filmpjes kijken. Mijn advies: maak nooit iets dat mensen thuis op hun telefoon ook kunnen, je tentoonstelling is dan verouderd bij oplevering, en zonder fysieke beleving beklijft de inhoud niet.

Het eerste huisje (de enige van een voor het overige niet uitgevoerde serie) bevat aanraakknoppen die zorgen dat er een filmpje wordt afgespeeld op het scherm, wanneer de knoppen paarsgewijs worden gecombineerd.

De buitenzijde van het huisje bevat weetjes, de kortst mogelijk infographics.

 Het huisje bevat electronica om op de bezoeker te kunnen reageren, gebouwd door Yipp.

 Volwassen mannen die een windmolentje laten draaien. ‘Spel’ loont enorm als aandachtspakker. Het molentje hangt in een reeks van 5 objecten die uitbeelden wat een gemeente kan doen om duurzamer te worden. (Voor Ministerie van I & M) Foto: Patricia Börger

Een kunstmestfabriek die overtollig CO2 wegsluist naar tuinbouwkassen. Dat ga je niet opschrijven, dat kun je laten zien! Foto: Patricia Börger

 

De vijf objecten zijn elk tussen 2,2 en 3m hoog, en trekken met hun aanwezigheid in een hal van een gemeentehuis veel aandacht. De gemeente of andere gastheer moet wel zijn eigen informatie er aan koppelen, zoals een lokaal duurzaamheidsinitiatief. De objecten waren meestal te gast op een symposium of duurzaamheidsweek.

Object gemaakt voor de Gemeente Den Haag. Gemeentes konden de serie van 5 uitnodigen en zelf er een lokaal object over hun gemeente bij laten maken. Het Haagse object gaan voornamelijk over het renoveren van jaren 50 en 60 portiekflats, omdat daar de meeste duurzaamheidswinst te halen valt.

t007VROM schets

Schets, die bijna letterlijk zo is uitgevoerd.

 

Detail uit het object ‘wonen’, de start van een biogas-keten. Mooi dat dit soort details veel aandacht trekken. Foto: Patricia Börger

Scroll To Top